sprekend

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spre·kend

Werkwoord

vervoeging van
spreken

sprekend

  1. onvoltooid deelwoord van spreken
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen sprekend sprekender sprekendst
verbogen sprekende sprekendere sprekendste
partitief sprekends sprekenders -

Bijvoeglijk naamwoord

sprekend

  1. pratend
    Sprekende over haar moeder deed ze tegelijk de strijk.
  2. gelijkend
    Zij lijkt sprekend op haar moeder.
  3. eem sprekend wapen is een wapen met een afbeelding die verwijst naar de naam van de drager
    De familie Boonstra heeft een sprekend wapen met drie bonen als afbeelding.