spreekkamer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spreek·ka·mer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord spreekkamer spreekkamers
verkleinwoord spreekkamertje spreekkamertjes

Zelfstandig naamwoord

spreekkamer v/m

  1. een kamer waar men een gesprek met iemand kan voeren
    • De geluidsisolatie van de spreekkamer was erg slecht. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.