sprankelend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spran·ke·lend

Werkwoord

vervoeging van: sprankelen
verbogen vorm: sprankelende

sprankelend

  1. onvoltooid deelwoord van sprankelen


stellend vergrotend overtreffend
onverbogen sprankelend sprankelender sprankelendst
verbogen sprankelende sprankelendere sprankelendste
partitief sprankelends sprankelenders -

Bijvoeglijk naamwoord

sprankelend

  1. fris en levendig
    • Van der Horst en Van Hanegem speelden ooit (in de jaren tachtig) samen bij AZ’67. Het verzoek om eens te komen kijken wat hem opvalt bij FC Den Bosch nu het elftal na een sprankelende eerste seizoenshelft veel stroever is gaan draaien, zei Van Hanegem zijn maatje niet te hebben kunnen weigeren. [1] 
    • Van Moll pioniert met een sprankelende saison (seizoensbier) die een tijdje heeft liggen kabbelen in vaten waarin eerder witte wijn wegdommelde. Een meesterzet, vindt het panel. Het frisse doch droge karakter van de druiven galmt feilloos door in de blonde dorstlesser. [2] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Tubantia 29-04-19 Van Hanegem geeft FC Den Bosch morgen uitsluitsel
  2. Tubantia Matthijs Meeuwsen > 04-05-19 Dit is het beste bier gerijpt in een whiskyvat
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be