sprake

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spra·ke

Zelfstandig naamwoord

sprake

  1. datief van spraak, archaïsche vorm die in enkele staande uitdrukkingen voorkomt
Uitdrukkingen en gezegden
  • ter sprake
  • geen sprake van
iets dat niet van toepassing is
•  Er is immers geen sprake van verlies, echtscheiding of overlijden en verder weten we allebei dat we elkaar na een x aantal maanden weer zullen zien. [1] 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Tim Voors: Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada, 2018
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Fries

Zelfstandig naamwoord

sprake

  1. taal


Middelnederlands

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

sprake

  1. spraak, taal


Nedersaksisch

Zelfstandig naamwoord

sprake

  1. taal
Schrijfwijzen
Synoniemen

Meer informatie

Meer informatie


Sallands

Zelfstandig naamwoord

sprake

  1. taal
Schrijfwijzen
Synoniemen