spraakgebrek

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spraak·ge·brek
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord spraakgebrek spraakgebreken
verkleinwoord spraakgebrekje spraakgebrekjes

Zelfstandig naamwoord

spraakgebrek o

  1. een spreekstoornis
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be