spottend

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spot·tend

Werkwoord

vervoeging van
spotten

spottend

  1. onvoltooid deelwoord van spotten


Duits

Woordafbreking
  • spot·tend
stellend vergrotend overtreffend
spottend
spottender
am spottendsten
alle verbuigingsvormen

Bijvoeglijk naamwoord

spottend

  1. spottend
    «Er sprach mit einer spottenden Stimme.»
    Hij sprak met een spottende stem.

Bijwoord

spottend

  1. spottend

Werkwoord

spottend

  1. onvoltooid deelwoord van spotten