spork
Uiterlijk
- spork
- leenwoord van Engels spork [1], kofferwoord van spoon "lepel" en fork "vork"
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | spork | sporks |
| verkleinwoord | sporkje | sporkjes |
- een hybride stuk bestek dat de functies van een lepel en een vork combineert
- Het woord 'spork' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.