sporadisch

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spo·ra·disch
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen sporadisch sporadischer
verbogen sporadische sporadischere
partitief sporadisch sporadischers -

Bijvoeglijk naamwoord

sporadisch

  1. (medisch), (biologie) niet algemeen voorkomend, zeldzaam
    Er zijn sporadische gevallen van deze ziekte geconstateerd, maar een epidemie is niet waarschijnlijk.
Vertalingen

Bijwoord

sporadisch

  1. zelden voorkomend
    Deze ondersoort komt nog sporadisch op het vasteland voor.