spookwoord

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spook·woord
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord spookwoord spookwoorden
verkleinwoord spookwoordje spookwoordjes

Zelfstandig naamwoord

spookwoord o [1]

  1. een niet-bestaand woord dat desondanks in een woordenboek opgenomen is
  2. woord met alleen maar een magische betekenis
    • In die reactie zal Greenpeace al haar misslagen verzwijgen. Het zal geen verantwoording afleggen voor zijn volksverlakkerij. Nee, het komt gewoon weer met zijn mantra: „giftig afval”. Maar zodra Greenpeace het woord gif gebruikt, weten we waar we aan toe zijn. Greenpeace presenteert gif als het grote kwaad. Het heeft systematisch de gevaren van gif overdreven en gedramatiseerd. Het heeft van gif een spookwoord gemaakt. Op de romp van de Probo Koala kalkten actievoerders van Greenpeace: ‘Europa vergiftigt Afrika.’ Greenpeace is een handelaar in angst. [2] 
    • Thuis blader ik door het boekje. Er staat een tijdbalk in waar mijlpalen in de ontwikkeling van vrouwenvoetbal worden weergeven alsof de KNVB daar ooit deel aan had. Over de creativiteit die de bond toonde in het tegenwerken van vrouwenvoetbal, wordt geen woord gezegd. Zelfs geen spookwoord, laat staan sorry. [3] 
Synoniemen

Gangbaarheid

82 % van de Nederlanders;
60 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Jaffe Vink 5 december 2011 Greenpeace liegt en bedriegt
  3. NRC Carolina Trujillo 6 juni 2019 Zachte buitenkant