spookrijder
Uiterlijk
- Geluid: spookrijder (hulp, bestand)
- IPA: / ˈspokrɛidər / (3 lettergrepen)
- spook·rij·der
- samenstelling van spook en rijder
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | spookrijder | spookrijders |
| verkleinwoord | spookrijdertje | spookrijdertjes |
de spookrijder m
- (verkeer) bestuurder die op een snelweg op de verkeerde weghelft rijdt
- Er werd gewaarschuwd voor een spookrijder.
- (figuurlijk) iemand die ingaat tegen de gevestigde orde, een algemeen gemaakte afspraak e.d.
[2]
- "Ik zie wel honderd spookrijders!"
Woorden die men iemand in de mond legt wanneer diegene denkt dat alles wat er misgaat aan zijn omgeving ligt, terwijl in werkelijkheid die persoon zelf de oorzaak is
- Het woord spookrijder staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "spookrijder" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[1] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Verkeer in het Nederlands
- Figuurlijk in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %