spontaniteit

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spon·ta·ni·teit
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord spontaniteit spontaniteiten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

spontaniteit v

  1. het uit eigen aandrang en zonder nadere overweging handelen; het onvoorbedacht geschieden, tot uiting komen: de spontaniteit van die reactie
    • De winnaar slaakte een vreugdekreet uit spontaniteit. 
  2. (thermodynamica) de hoedanigheid van het gebeuren zonder moedwillig ingrijpen van de mens in de vorm van toevoeging van energie
    • Een voorwaarde voor spontaniteit is dat de vrije enthalpie vermindert. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be