sponnen
Uiterlijk
- spon·nen
- spon met uitgang -en
de sponnen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord spon
| vervoeging van |
|---|
| spinnen |
sponnen
- meervoud verleden tijd van spinnen
- Wij sponnen.
- Jullie sponnen.
- Zij sponnen.
- Wij sponnen.
- Het woord sponnen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "sponnen" herkend door:
| 68 % | van de Nederlanders; |
| 56 % | van de Vlamingen.[1] |
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 68 %
- Prevalentie Vlaanderen 56 %