Naar inhoud springen

spojit

Uit WikiWoordenboek
  • spo·jit
  • Afgeleid van het werkwoord pojit met het voorvoegsel s-

spojit perfectief  

  1. verbinden; twee of meer onderdelen mechanisch aan elkaar vastmaken
    «Po nanesení maziva spojíme tuto trubku s kanalizační trubkou.»
    Na het aanbrengen van het smeermiddel verbinden we deze buis met de rioolbuis.
  2. verbinden; het vormen van een verbinding / verhouding tussen twee of meer entiteiten
    «Bod A spojte s bodem B přímkou.»
    Verbindt u punt A met punt B met een rechte lijn.
  3. verbinden; contact maken tussen twee van elkaar verwijderde personen of plaatsen
    «Po dlouhém čekání nás spojovatelka konečně spojila
    Na lang wachten heeft de telefoniste ons eindelijk verbonden.
  4. verbinden, combineren
    «Návštěvu jeskyní můžete spojit s prohlídkou hradu.»
    Het bezoek van de grot kunt u verbinden met een rondleiding door het kasteel.
  5. verbinden; het samenbrengen van meningen en/of houdingen van mensen op een bepaald doel
  6. tegen elkaar aan plaatsen / zetten
  1. připojit perfectief
  2. propojit perfectief
  3. propojit perfectief
  4. sjednotit
  5. sepnout
  1. oddělit perfectief, rozpojit, rozdělit
  2. rozdělit
  3. oddalovat imperfectief / oddálit perfectief