spoel
Uiterlijk
- spoel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | spoel | spoelen |
| verkleinwoord | spoeltje | spoeltjes |
- (techniek) een cilindrische vorm (klos) waaromheen een vezel of draad gewonden kan worden (bij het spinnen, weven of machinaal naaien)
- Ook bij grote motieven hoeft u niet meer met borduren te stoppen, om er weer een zelf opgewonden spoeltje met garen in te doen.
- (elektrotechniek) met geleidingsdraad omwonden klos of cilinder, (solenoïde) die de eigenschap van zelfinductie heeft
- Voor de inductantie, ofwel de complexe impedantie Z van een ideale spoel geldt .
- (fotografie) rond voorwerp om film- en geluidsbanden omheen te wikkelen
- schietspoel
- (techniek) het holle, doorschijnende ondereinde van een veer
- [1] klos
1. een cilindrische vorm
2. een element van zelfinductie
| vervoeging van |
|---|
| spoelen |
spoel
- Het woord spoel staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "spoel" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "spoel" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ spoel op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Techniek in het Nederlands
- Elektrotechniek in het Nederlands
- Fotografie in het Nederlands
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %