spioneren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spi·o·ne·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
spioneren
spioneerde
gespioneerd
zwak -d volledig

Werkwoord

spioneren

  1. (inergatief) voor concurrentie of vijand geheime informatie trachten te verwerven
    Er wordt zowel door regeringen als door bedrijven gespioneerd.
Synoniemen
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. Wiktionnaire