spinazie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Spinazie.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spi·na·zie
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘groente’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1377 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord spinazie -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

spinazie v/m

  1. (groente), (plantkunde), (voeding) Spinacia oleracea op Wikispecies, een snelgroeiende, eenjarige bladgroente
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Ga zo door en je zult spinazie eten.
Heel goed gedaan! Ga zo door!
  • Je kunt in zijn nek spinazie zaaien.
Hij heeft geen schone nek.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen