spik

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
  • spik

Zelfstandig naamwoord

spik g

  1. (techniek) spijker
Verbuiging
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   spik     spiken     spikar     spikarna  
genitief   spiks     spikens     spikars     spikarnas  


Meer informatie