spijtoptant

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Aankomst spijtoptanten [2] op Schiphol
Uitspraak
Woordafbreking
  • spijt·op·tant
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord spijtoptant spijtoptanten
verkleinwoord spijtoptantje spijtoptantjes

Zelfstandig naamwoord

spijtoptant m

  1. een persoon die een eerder genomen besluit betreurt en de gevolgen ongedaan zou willen maken
    • De spijtoptant van de DSB Bank had het erg druk de laatste weken. 
  2. (geschiedenis) iemand die na de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië tegen wil en dank de Indonesische nationaliteit gekregen had en liever de Nederlandse terugkreeg
    • Ook de jongvolwassen of adolescente kinderen van ouders die voor het warga negaraschap opteerden en tegen wil en dank automatisch Indonesiër waren geworden, telden een aanzienlijk aantal spijtoptanten. [2] 

Gangbaarheid

74 % van de Nederlanders;
74 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen