spijskaart

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Hôtel de l'Europe Spijskaart
Uitspraak
Woordafbreking
  • spijs·kaart
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord spijskaart spijskaarten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

spijskaart v/m [1]

  1. kaart waarop men kan zien wat men in de betreffende eetgelegenheid kan eten
    • Iedere keer bestudeerde Kraus aandachtig de spijskaart, om iedere keer precies dezelfde bestelling te doen: koude rosbief, met sauce tartare en geweekt brood. Daaruit spreekt dezelfde argwaan en dezelfde onzekerheid, ondanks de schijn van het tegendeel, als uit zijn tot in de leestekens zorgvuldig geformuleerde polemieken. [2] 
    • Het einde van het heelal is zeer in trek,' zei Zefod, onzeker laverend tussen de menigte tafeltjes — sommige van marmer, andere van kostbaar ultramahonie, weer andere zelfs van platina waar aan elk ervan een gezelschap exotische wezens geanimeerd pratend de spijskaart zat te bestuderen. [3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Voskuil, J.J. Ik ben ik niet [2014] ISBN 978-90-282-6065-8 pagina 166
  3. Adams, Douglas Het restaurant aan het einde van het heelal [2010] ISBN 78-90-225-5612-2 pagina 92