spijker

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een spijker.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spij·ker
enkelvoud meervoud
naamwoord spijker spijkers
verkleinwoord spijkertje spijkertjes

Zelfstandig naamwoord

spijker

  1. m (techniek) een metalen pin waarmee twee voorwerpen door doorboring vast verbonden kunnen worden
    Hij is erg onhandig; hij kan nog geen spijker in een stuk hout slaan!
  2. o een opslagplaats voor graan
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

De spijker op de kop slaan.

  • Zeggen waar het om draait.

Spijkers met koppen slaan

  • Zonder omwegen op z'n doel af gaan.

Spijkers op laag water zoeken.

  • Over onbenullige dingen zeuren.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
spijkeren

spijker

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spijkeren
    Ik spijker.
  2. gebiedende wijs van spijkeren
    Spijker!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spijkeren
    Spijker je?

Meer informatie