spietsen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spiet·sen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
spietsen
/'spitsə(n)/
spietste
/'spitstə/
gespietst
/ɣə'spitst/
zwak -t volledig

Werkwoord

spietsen

  1. overgankelijk ter dood brengen door doorboring met een spiets
    • Vlad Dracula spietste een groot aantal van zijn tegenstanders. 
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

spietsen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord spiets

Gangbaarheid

79 % van de Nederlanders;
72 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be