spiering

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spie·ring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord spiering spieringen
verkleinwoord spierinkje spierinkjes

Zelfstandig naamwoord

spiering m

  1. (vissen) Osmerus eperlanus op Wikispecies, een klein zilverwit visje dat voorkomt in zowel zoet- als zoutwater
    Hij heeft spieringen in zijn aquarium.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders
92 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl