sperwer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een sperwer.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sper·wer
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘roofvogel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 701 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord sperwer sperwers
verkleinwoord sperwertje sperwertjes

Zelfstandig naamwoord

sperwer m

  1. (vogels) Accipiter nisus op Wikispecies, een kleine snelle roofvogel
    • De snavel van de sperwer is haakvormig. 
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen