spencer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: Spencer

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spen·cer
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘mouwloze trui’ voor het eerst aangetroffen in 1805 [1] [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord spencer spencers
verkleinwoord spencertje spencertjes

Zelfstandig naamwoord

spencer m [3]

  1. trui zonder mouwen
    • Hij was van plan zijn spencer aan te trekken, maar ineens vond hij dat hij er zo braaf in uitzag. Toen probeerde hij zijn blauwe trui, maar die viel ook af. En zijn groene overhemd kwam evenmin door de keuring. Sander had niet gemerkt dat zijn vader al thuis was. 'Dit zou ik aanhouden,' hoorde hij hem opeens zeggen. 'Ja, ze houdt van T-shirts,' ging zijn vader door met stangen. 'Hoe heet ze eigenlijk? Heb je geen foto van haar?' [4] 
    • Chantal maakte een rondje benedenhuis, zette de elektrische radiatoren aan en pookte de houtkachel op. Uit de slaapkamer haalde ze een dikke trui die ze over haar spencer aantrok. Toen ze beneden kwam, was er genoeg gloed in de kachel om er twee blokken eikenhout bij te leggen. Ze liet het deurtje halfopen, zodat er nog meer lucht bij kwam. Binnen een paar seconden vatte het hout vlam en begon te knisperen, waardoor het in huis al snel een stuk minder kil aanvoelde. [5] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

85 % van de Nederlanders;
54 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen