spelleider

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spel·lei·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord spelleider spelleiders
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

spelleider m [1]

  1. iemand die zorgt voor een goed beloop van een spel, wedstrijd, programma of toneelstuk
    • Volgend seizoen zullen voor het eerst wedstrijden in de Duitse Bundesliga geleid worden door een vrouw. De eer valt Bibiana Steinhaus te beurt, zo maakte de Duitse voetbalbond DFB vrijdag bekend. De 38-jarige Steinhaus, afkomstig uit Hannover, is een van de vier spelleiders die volgend seizoen debuteren in de Duitse hoogste klasse. [2] 
    • De rol van spelleider ging overigens nog bijna naar Humberto Tan, zegt De Slimste Mens-producent Marc Dik van Skyhigh TV. "We hebben een serieus gesprek met hem gevoerd, maar er waren toen al plannen voor RTL Late Night." De keuze voor Freriks wordt inmiddels gezien als een van dé (onderschatte) redenen dat het dagelijkse spelletje na twee mislukte pogingen (met Linda de Mol op Talpa en Martijn Krabbé op RTL 4) nu wél aanslaat en op NPO 2 met regelmaat de concurrentie omverblaast. [3] 
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Standaard 19 mei 2017
  3. Tubantia Gudo Tienhooven en Eline Kramp 12 januari 2017