spelevaren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spe·le·va·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
spelevaren
spelevaarde
gespelevaard
zwak -d volledig

Werkwoord

spelevaren

  1. inergatief voor het genoegen rondvaren
    • Er werd die middag gepicknickt en gespelevaard. 

Gangbaarheid

68 % van de Nederlanders;
60 % van de Vlamingen.