spelbreker

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spel·bre·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord spelbreker spelbrekers
verkleinwoord spelbrekertje spelbrekertjes

Zelfstandig naamwoord

spelbreker m

  1. Iemand die een spel verstoort meestal door vals te spelen
  2. Iets of iemand die een (geheim) plan verstoort op een onprettige manier.
    • De ziekte was een spelbreker in zijn carrièreplannen 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be