Naar inhoud springen

speelzaal

Uit WikiWoordenboek
  • speel·zaal
enkelvoud meervoud
naamwoord speelzaal speelzalen
verkleinwoord speelzaaltje speelzaaltjes

despeelzaalv/m

  1. zaal voor kinderspelen
  2. (sport) (spel) zaal voor spel en sport
  3. (spel) zaal voor kansspelen
100 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be