speels

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • speels
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen speels speelser speelst
verbogen speelse speelsere speelste
partitief speels speelsers -

Bijvoeglijk naamwoord

speels

  1. als iets of iemand die graag speelt
    Hij was nog te speels om al naar school te gaan.
  2. ongedwongen, met weinig moeite
    Hij gaf op een speelse manier les.

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie