speeddatete

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • speed·date·te

Werkwoord

vervoeging van
speeddaten

speeddatete

  1. enkelvoud verleden tijd van speeddaten
    • Ik speeddatete. 
    • Jij speeddatete. 
    • Hij, zij, het speeddatete.