speculeerde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spe·cu·leer·de

Werkwoord

vervoeging van
speculeren

speculeerde

  1. enkelvoud verleden tijd van speculeren
    • Ik speculeerde. 
    • Jij speculeerde. 
    • Hij, zij, het speculeerde.