spectator

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spec·ta·tor
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord spectator spectators
verkleinwoord spectatortje spectatortjes

Zelfstandig naamwoord

spectator m

  1. toeschouwer


Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl