specht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Middelste bonte specht
Uitspraak
Woordafbreking
  • specht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord specht spechten
verkleinwoord spechtje spechtjes

Zelfstandig naamwoord

specht m

  1. (spechtvogels) benaming voor middelgrote robuuste vogels behorende tot de familie Picidae op Wikispecies die met hun sterke snavel de schors van de bomen openhakken om daaruit de insecten te halen
    • We hoorden een specht trommelen op een boom tijdens onze boswandeling. 
  2. (Vroegnieuwnederlands) (scheldwoord) Spanjaard [2]
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen


Middelnederlands

enkelvoud meervoud
nominatief specht spechte
genitief spechts spechte
datief spechte spechten
accusatief specht spechte

Zelfstandig naamwoord

specht m [1]

  1. (spechtvogels) specht

Verwijzingen