spatte uiteen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spat·te uit·een
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
uiteenspatten

spatte uiteen

  1. enkelvoud verleden tijd van uiteenspatten
    • Ik spatte uiteen. 
    • Jij spatte uiteen. 
    • Hij, zij, het spatte uiteen. 
  2. aanvoegende wijs van uiteenspatten


Gangbaarheid