spasmodisch

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spas·mo·disch
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen spasmodisch spasmodischer
verbogen spasmodische spasmodischere
partitief spasmodisch spasmodischers -

Bijvoeglijk naamwoord

spasmodisch

  1. (medisch) met betrekking tot kramp
Vertalingen

Gangbaarheid

54 % van de Nederlanders;
58 % van de Vlamingen.

Verwijzingen