spasme
Uiterlijk
- spas·me
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | spasme | spasmes spasmen |
| verkleinwoord | spasmetje | spasmetjes |
het spasme o
- (medisch) kramp
- Het woord spasme staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "spasme" herkend door:
| 97 % | van de Nederlanders; |
| 95 % | van de Vlamingen.[1] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be