spaghetti
Uiterlijk
- spa·ghet·ti
- Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘meelproduct’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1929 [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | spaghetti | spaghetti spaghetti's |
| verkleinwoord | spaghettietje | spaghettietjes |
de spaghetti m
- (voeding) Italiaanse pasta van lange, dunne ronde slierten
- ▸ Met knorrende maag verwarmde ik een zak vriesdroge spaghetti bolognese op mijn JetBoil Minimo gaspit.[2]
- Het woord spaghetti staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "spaghetti" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[3] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "spaghetti" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be