spaarplan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • spaar·plan
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord spaarplan spaarplannen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

spaarplan o

  1. met een methode sparen
    • Voor huurders in loondienst wordt de maandelijkse afbetalingssom in mindering gebracht op hun tegoed bij het Central Provident Fund (CPF), een overheidsinstelling waar burgers in loondienst verplicht sparen om deel te kunnen nemen aan basisvoorzieningen als huisvesting, medische zorg en onderwijs. De werkgever houdt per maand een CPF-bijdrage in van 250 dollar op een bruto loon van 1000 dollar en voegt daar zelf 180 dollar aan toe. Hoeveel huur men betaalt, hangt af van de getroffen betalingsregeling. Verder wordt zo'n 30 dollar gereserveerd voor Medisave, een spaarplan voor medische kosten en een bedrag voor Edusave, een spaarplan voor leerplichtige kinderen tussen 6 en 16 jaar, waaraan ook de overheid een bijdrage levert. Het gaat hier niet om sociale verzekeringen in de Westeuropese zin, maar om een systeem van verplicht sparen op individuele grondslag. Op is op en niemand kan meegenieten van andermans spaarinleg. [1] 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. NRC Dirk Vlasblom 11 december 1993