spaarbon

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

spaarbon voor een Droste servies
Uitspraak
Woordafbreking
  • spaar·bon
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord spaarbon spaarbonnen
spaarbons
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

spaarbon m

  1. spaarbon die men ontvangt bij het kopen van een product en die men kan plakken op een spaarkaart
  2. lening aan een bank waarbij men ieder jaar een vast bedrag aan rente ontvangt en op het einde van de termijn de nominale waarde van de lening
    • Het geld van de stakerskas wordt beheerd volgens strikte spelregels: termijnbeleggingen moeten gebeuren in ‘risicoloze producten', gespreid over meerdere banken en in verschillende munten; de portefeuille bestaat hoofdzakelijk uit Belgische obligatieleningen (met triple A-rating), kasbons en spaarbons.[1] 
    • De Mercator Bank haalde ongeveer 100 miljoen euro vers spaargeld op, in hoofdzaak via de verkoop van spaarbons. De productie van woonkredieten groeide met 22 procent van 81 miljoen tot 99 miljoen euro. De bank sloot het boekjaar af met een nettowinst van 5,1 miljoen euro.[2] 
    • Wanneer je in spaarbons belegt, wordt je opbrengst jaarlijks ter beschikking gesteld onder de vorm van coupons. Daarbij kan je kiezen uit volgende looptijden: 1 jaar, 2 jaar, 3 jaar, 4 jaar, 5 jaar of 6 jaar. Je bepaalt zelf het openingskapitaal.[3] 
Synoniemen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. de Standaard 22/10/2010 om 00:00 door Johan Rasking ‘Bedrijf'ACV maakt winst
  2. de Standaard 20/04/2002 om 00:00 door (sm) Mercator wil distributienet nog gevoelig uitbreiden
  3. VDK bank Spaarbon vs beleggingsbon vs spaarbon 7 jaar geraadpleegd 8/4/2018