spaarbekken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

spaarbekken in de Biesbosch
Uitspraak
Woordafbreking
  • spaar·bek·ken
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord spaarbekken spaarbekkens
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

spaarbekken o [1]

  1. grote ruimte waarin men water opslaat
    • „We hebben een capaciteit van miljarden kuubs”, zegt Hans Gronert van Natuurmonumenten. „En dat water willen en kunnen we vasthouden. Alle stuwen bleven dicht. Onze natuurterreinen werken als spaarbekken. Dat wordt helaas niet zo gezien.” [2] 
    • Bij Pittem kan het spaarbekken het water niet verwerken, waardoor lager gelegen woonwijken onderstroomden. Aangezien het maandag nog steeds regent, is de ellende nog niet voorbij. Met zandzakken worden dijken gebouwd om erger te voorkomen, ondertussen is de brandweer druk bezig met het wegpompen van water. [3] 
    • Zo kan de accu van een in een spaarbekken neergestorte drone de kwaliteit van het drinkwater aantasten. En wie kwaad in de zin heeft, kan met een drone giftige stoffen of organismen in het water dumpen en daarmee de spaarbekkens beschadigen. [4] 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

82 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen