soupeerden op

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • sou·peer·den op
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
opsouperen

soupeerden (...) op

  1. meervoud verleden tijd van opsouperen
    • Wij soupeerden op. 
    • Jullie soupeerden op. 
    • Zij soupeerden op.