souffrir
Uiterlijk
- via Oudfrans sofrir van een Vulgair Latijnse vorm *sufferire, een alteratie van sufferre "ondergaan; ondersteunen" [1]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| infinitief | verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| souffrir |
souffrais |
souffert |
| derde groep | volledig | |
souffrir
- onovergankelijk lijden
- overgankelijk ondergaan; incasseren
- «On sait bien qu’il faut souffrir un mauvais Gouvernement quand on l’a ; la question seroit d’en trouver un bon.»[2]We weten wel dat we een slecht bestuur moeten ondergaan wanneer we er een hebben; de vraag zou moeten zijn om een goed bestuur te vinden.
- «On sait bien qu’il faut souffrir un mauvais Gouvernement quand on l’a ; la question seroit d’en trouver un bon.»[2]
- overgankelijk gedogen
- ↑ souffrir (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
. - ↑
Weblink bron “Du Contrat Social”, digitale editie gemaakt naar de eerste druk op de Franse Wikisource (1762), p. 171