sonreír

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • son·re·ír

Werkwoord

sonreír

stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
sonreír
sonreía
sonreído
volledig
  1. (onovergankelijk) glimlachen