solidair

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • so·li·dair
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘door saamhorigheid verbonden’ voor het eerst aangetroffen in 1822 [1]
  • afgeleid van het Franse solidaire of van solide met het achtervoegsel -air [2]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen solidair solidairder solidairst
verbogen solidaire solidairdere solidairste
partitief solidairs solidairders -

Bijvoeglijk naamwoord

solidair [3]

  1. door een gevoel van saamhorigheid verbonden of daarvan blijk gevend
    • Of het goed is dat Europese landen zich solidair met Groot-Brittannië tonen (Trouw-commentaar, gisteren) zou ik niet durven zeggen.[4] 
  2. (juridisch) hoofdelijk
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen