soeur
Uiterlijk
- soeur
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | soeur | soeurs |
| verkleinwoord | - | - |
de soeur v
- (persoon) (religie) (rooms-katholiek) aanspreekvorm voor een non
- ▸ Een fotografe uit Lyon is inmiddels gearriveerd en we lopen wat rond door de historische gedeelten, tot soeur Agnes-Madeleine een bel rinkelt en langzaam, met rollators en stokken, twaalf nonnen arriveren.[1]
- zuster (2)
- Het woord soeur staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑
Weblink bron Marita Mathijsen“Twaalf Franse nonnen leren opgetogen over het enerverende leven van Betje Wolff en Aagje Deken” (23 april 2025) op nrc.nl
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 5
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Persoon in het Nederlands
- Religie in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal