sodemieter

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • so·de·mie·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sodemieter sodemieters
verkleinwoord sodemietertje sodemietertjes

Zelfstandig naamwoord

sodemieter m

  1. (scheldwoord) homoseksueel, sodomiet
    sodemieter bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)


Werkwoord

vervoeging van
sodemieteren

sodemieter

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sodemieteren
    Ik sodemieter.
  2. gebiedende wijs van sodemieteren
    Sodemieter!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sodemieteren
    Sodemieter je?


Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl