sodeju

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • so·de·ju
Woordherkomst en -opbouw

Tussenwerpsel

sodeju[2]

  1. (krachtterm) een uitroep van ergernis, verrassing, verbazing, zorg of medelijden
    • Heel soms is het vuurwerk wat 'minder'. Maar sodeju, wat was het mooi zondagavond. TOP, geen discussie over mogelijk. [3] 
    • 'Ben je bang voor Marokkanen?' Nou, dat is wel een cliché-afstraffend binnenkomertje zeg, sodeju. Of ik bang ben voor Marokkanen? Wat is dat nou voor een idiote vraag? Natuurlijk ben ik bang voor Marokkanen! Wie niet? [4] 
    • 'Nadat mijn vrouw zelfmoord had gepleegd heb ik nooit meer van een ander kunnen houden. Gaat jullie deur open met zo'n trekhaakje?' 'Eh, ja,' zei ik. In de hals, sodeju. [5] 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
45 % van de Vlamingen.

Verwijzingen