sociolect

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • so·cio·lect
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sociolect sociolecten
verkleinwoord sociolectje sociolectjes

Zelfstandig naamwoord

sociolect o

  1. (taalkunde) een taalvariatie die met een specifieke sociale groep verband is
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

39 % van de Nederlanders;
48 % van de Vlamingen.

Meer informatie