snollen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • snol·len

Zelfstandig naamwoord

snollen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord snol

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
75 % van de Vlamingen.