Naar inhoud springen

snoei

Uit WikiWoordenboek
  • snoei
vervoeging van
snoeien

snoei

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van snoeien
    • Ik snoei. 
  2. gebiedende wijs van snoeien
    • Snoei! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van snoeien
    • Snoei je? 
  4. versterkend voorvoegsel uitermate, heel erg (als eerste deel van samengestelde bijvoeglijke naamwoorden)
enkelvoud meervoud
naamwoord snoei -
verkleinwoord - -

desnoeim

  1. terugbrengen van van planten tot de gewenste lengt
98 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be